Home » Travel » Reisverhaal #2

Reisverhaal #2

Deze week wilden we graag een keer de kust volgen naar de westkant van het eiland. Op ongeveer 60km van hier is een mooi natuurpark. Hier zijn ook wat restaurants en een vijf sterren resort. De weg ernaartoe is rustiger dan de andere kant. Dus het schiet nog wel redelijk op. Aan de hoofdweg ligt een zandpad, daar moeten we in. Over alle stenen en grind komen we uit bij een de beveiligde ingang. De vrouw zegt dat we wel eerst het restaurant moeten bezoeken, voordat we het water in mogen. We rijden door en na een kilometer komen we weer bij een beveiliger. Hij wijst ons de goede weg naar het restaurant. Als we daar aankomen lijkt het niet helemaal goed te zijn. Weer een andere beveiliger komt ons tegemoet en wijst ons waar we mogen parkeren. Er staan een stuk of vijftien scooter, alleen is er nergens een toerist te bekennen. Het is een countryclub met een zwembad direct aan de zee. We zien alleen maar personeel lopen. Net nadat we gaan zitten zien we twee reeën voor onze neus voorbijlopen. Nadat we alles hebben gefilmd etc. bekijken we de menukaart. De prijzen op lijken meer op die van Nederland. Zeker wel het dubbele dan het gemiddelde restaurant in Lovina. De plek is dan ook wel echt prachtig.

We rekenen af en rijden een stukje terug om de andere afslag te pakken. Die wijst richting een spa. Weer is alles zo goed als verlaten. We zien alleen wat mensen op de pier staan, verder niemand. Het lijkt precies op zo’n vakantie paradijsje dat je wel eens voorbij ziet komen in reclames. Het water waar we over uit kijken is van een inham in de kust. Tegenover ons zien we witte stranden en een ander resort. Vanaf de kant mag je niet de zee in gaan, er hangen ook borden die hiervoor waarschuwen i.v.m. het koraal dat ze willen behouden. We lopen de pier op ongeveer 30 meter de zee in. Het water is glashelder. Met een trapje stap je zo het water in. Het water is bijzonder warm, het voelt een beetje alsof je thuis in het bad stapt. Waar je in het water stapt is het ongeveer twee meter diep. Iets verder de zee in zie je direct dat het veel dieper is, je ziet de bodem niet meer. Nadat we even hebben gezwommen hier rijden we verder richting een ander hotel, The Eco Lodge heet het. Weer is er helemaal niemand. Twee man personeel loopt er rond. Eén van hun verteld ons dat wat we verderop in het water zien liggen een dolfijnen rehabilitatie plek is. Een vierkante pier en daarin worden ze verzorgd, waarna ze weer losgelaten worden in Lovina. Daar komen ze ook vandaan. Dan is het tijd om terug te rijden. Vlak voordat we weer bij het huisje zijn krijgen we nog een echte tropische storm over ons heen. Hoort er gewoon bij denk ik in het regenseizoen…

Wandelen door de jungle

We zijn tijdens onze eerste week al een keer langs de meren gereden. Nu willen we er graag meer van zien. Met de motor rijden we drie kwartier de berg op over de smalle paden. We komen aan bij het wandel punt. Helaas is het alleen toegankelijk met gids, later wordt duidelijk waarom. De wandeltocht duurt ongeveer twee uur, waarna je met een bootje het meer oversteekt naar de laatste tempel en daar eindigt het dan ook. We lopen met een trap naar beneden het bos in. Een beetje vreemd, er loopt ook een man met een jachtpistool achter ons. We vragen ons wel een beetje af of we zo niet onze spullen even af mogen geven… Even later slaat de jager toch af. Onze gids verteld dat ze de geweren gebruiken om mee te vissen. Ze schieten een kleine harpoen af om zo de vis te vangen. Hij verteld nog van alles over wat we zien. Onder andere de fiscus die we ook in Nederland kennen. Ze noemen dit een parasiet, omdat langs de grote oude boom de lianen of takken lopen. De oude boom rot letterlijk weg tussen de nieuwe bomen. Later zien we ook een holle boom, daar zie je dan dat alleen nog de jonge bomen eromheen staan. We lopen verder en we zijn blij met onze gids, want we nemen afslag na afslag en soms gaan we ook paden in, wat helemaal geen paden lijken te zijn. We bekijken de laatste tempel vlak bij het bootje en stappen daarna in om het meer over te steken. Ze gebruiken bewust geen motoren om mee te varen. Ze pompen namelijk het water omhoog naar het dorp en dat gebruiken ze om van te leven.

Een dagje naar het strand

De mooiste witte stranden vind je in het zuiden. Maar voordat we daarheen gaan willen we hier ook nog wat zien. Eigenlijk zouden we naar Pemuturan gaan, wat op een uurtje rijden is van hier. We besluiten toch om naar Amed te gaan. Dit is volgens reviews echt een mooi strand dat geschikt is om in te snorkelen en duiken met heel helder water. We zetten de wekker op tijd en vertrekken rond 08.00 uur richting Amed met de motor. We moeten eerst door het drukke Singaraja om er te komen. Hier maken we direct mee waar veel mensen ons al voor waarschuwden: de politie. Ze houden regelmatig controles waarbij ze alle motoren en scooters van de weg halen. We pakken de registratie van de motor, mijn rijbewijs en het internationaal rijbewijs. Maar ook mijn portemonnee heb ik al klaar. Bijzonder genoeg is alles in orde en mogen we verder rijden. Voor het vertrek twijfelde ik wel of ik het onzin papiertje wat het internationaal rijbewijs is, wel zou gaan ophalen bij de ANWB. Mocht je dat niet hebben, dan moet je hooguit en paar euro boete betalen als je een beetje onderhandeld.

We rijden verder en komen na twee uurtjes aan in Amed. Eerst parkeren we aan het begin van het dorpje. Maar als je iets verder rijdt is een soort baaitje, daar is het mooie snorkel water. We leggen onze handdoeken eerst op het strand neer, het wordt ons wel aangeboden om een bedje te nemen. Ach, op het strand is ook wel prima. Voor een minuutje want de zwarte kiezels en stenen zijn gloeiend heet. Erop staan is niet te doen. Dus toch maar een bedje dan. Ze vroegen wel hoelang we van plan waren te blijven en of we er ook gaan lunchen, dan is het bedje gratis. Alleen wat drinken is ook goed. Ik loopt de zee in, het strand loopt nog een meter of tien door onder water en dan zie je dat het koraal begint. Jammer genoeg ook wel veel afgebroken stukken die je op de bodem ziet liggen. Met de snorkel zie je dat het koraalrif hier maar een meter onder het water zit. Hier moet je overheen om bij de onderwater tempel te komen. Daar stelde ik me heel veel bij voor. Het valt mee, het is gewoon een klein tempeltje die ze in het water hebben gezet. Wel leuk dat het er is.

Het verkeer

Inmiddels is aan de linkerkant van de weg rijden helemaal geen probleem meer. We denken er niet eens meer over na. Maar op de terugweg van Amed kwamen we in de spits terecht en je moet altijd door Singaraja heen om terug te komen. Het voelt alsof je de laatste tien kilometer van een wedstrijd in gaat, iedereen vliegt links en recht langs elkaar heen. Mensen stoppen plotseling, auto’s halen je in terwijl je denkt: “he? Dat kan toch helemaal niet?’’ Naja wel dus. Als auto’s elkaar in willen halen dan moet iedereen maar een beetje plaats maken en vliegen twee auto tegengesteld langs elkaar heen. De auto de ingehaald wordt rijdt er ook nog naast. Terwijl ik heel voorzichtig langs vrachtwagens tuur om te kijken of ik er misschien, eventueel langs kan, vliegen ze allemaal langs mij. Zo tussen twee auto door. Het blijft bijzonder om mee te maken.

Volg:
Share:

2 Reacties

  1. Angela
    december 13, 2019 / 1:12 pm

    Weer een mooie belevenis. Mooi dat je steeds een verslag schrijft blijven we een beetje op de hoogte.??

  2. Frank
    december 13, 2019 / 10:56 pm

    Mooi hoor. We blijven volgen,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Sluit mij
Zoek je iets?
Zoek:
Berichtcategorieën: