Home » Travel » Reisverhaal #4

Reisverhaal #4

Nog meer watervallen, Leke Leke & Tukad Cepung, kleurrijke bloemen, heerlijk eten en uren rondrijden.

Eten bij Ajianom Kedai Vegan

We gaan regelmatig eten bij de restaurants die ze Warungs noemen, wat volgens mij inhoudt dat je er alleen mag eten. Een klein restaurant. ijs thee, limonade en hoofdgerechten die vooral traditioneel zijn. Geen toetjes of frisdrank. Regelmatig rijden we een stukje naar het volgende stadje Singaraja. Ajianom Kedai Vegan is gewoon een hut eigenlijk. De eerste keer dat we er gingen eten keek een rat mij constant aan vanuit een opening in de muur. Niet de eerste keer dat we ratten tegenkomen overigens. Hij waagde later toch ook de reis richting de wc. Dus dat was wel bijzonder om te zien terwijl je aan het eten bent. Bijna alles hier is open, dus dieren zoals ratten, muizen en gekko’s lopen zo naar binnen. De gerechten zijn vaak klein bij zulke tentjes, we bestellen altijd wel een tweede keer. Toch betalen we hier nog steeds maar de helft van een etentje in Lovina zelf. In het zuiden zie je meer Europese prijzen. De laatste keer kwamen we niet uit met betalen. De geldautomaat geeft hier alleen maar briefjes van 100.000. Dus kregen we bijzonder genoeg zelfs een keertje fooi toe.

De toerist uithangen

We zijn hier natuurlijk gewoon toeristen. Zo voelen we ons niet altijd, omdat er vaak wel lokale mensen zijn die hetzelfde doen, zoals watervallen bekijken of wandelen. Maar bij het dolfijnen kijken was er geen twijfel over en leuk was het ook niet. Juliani, onze gastvrouw, regelde een bootje voor ons zodat we de dolfijnen konden zien. Bij de restaurants of als we boodschappen doen, worden we vaak aangesproken door mensen of we dolfijnen willen zien. We slaan het altijd af, omdat je flink opgelicht kunt worden. Of ze nemen het geld en rennen weg, of ze nemen je mee het water op en dreigen je daar achter te laten. Maar Juliani heeft een vriend die ons mee wil nemen. S’ochtends om zes uur fietsen we richting het strand en we zien direct al wat grote bussen staan. Veel toeristen die hetzelfde gaan doen. Daarvoor zijn dus al die bootjes die op het strand liggen… We dachten, deze worden gebruikt om mee te vissen. We varen weg en niet alleen vanaf dit strand, ook vanuit andere plekken zien we bootjes het water op gaan. Allemaal naar dezelfde plek. Zeker 100 houten boten liggen om ons heen, te wachten. Wachten tot de dolfijnen naar boven komen, ze moeten tenslotte wel. We horen mensen roepen en wijzen, alle motoren geven gas en stormen op de groep dolfijnen af. Ze duiken al snel weer onder. Zo gaat het komende half uur, elke keer weer schieten alle bootjes richting de dolfijnen. Het is leuk om de dieren in het wild te zien. Maar als we dit van tevoren wisten waren we nooit gegaan. Het voelt meer als een jacht. Vanaf Madeira zijn we ook wel op een boot gegaan om walvissen te spotten. Hier ga je met een grote boot en zijn er strenge regels om de dieren niet tot last te zijn of stress te bezorgen. Die heb je hier niet. De dieren blijven ook niet lang en duiken snel weer onder. Gelukkig duurt het niet te lang en varen we snel verder. Ongeveer 500 meter van de kust ligt een prachtig koraalrif, slechts twee meter onder water. Dit is zeker de moeite waard om te doen als je het leuk vindt om tussen de vissen te snorkelen.

Bloementuin

Net voorbij het verste meer, een uur hier vandaan ligt een nieuwgebouwde bloementuin The Blooms Garden. Het was nog niet helemaal af toen wij er langs gingen. Het is leuk om er even rond te lopen. Het is waarschijnlijk meer voor mensen die hier of aan het vaste land wonen, want alles wat we hebben gezien zien we ook in Nederland. Alleen grotere versies. Veel bloemen zie je ook terug bij offer rituelen.

Roadtrip: 200km in het zadel

We gaan richting de waterval van Tukad Cepung. Ruim twee uur rijden vanuit Lovina. Langzaam wordt het steeds kouder als we de berg oprijden. We komen tussen de wolken en de temperatuur daalt behoorlijk. Gelukkig zien we weer zon als we over de top zijn. Het laatste stukje richting onze eerste stop, rijden we door een bamboebos. We mogen hier zonder gids naar de waterval lopen, het is er tenslotte maar een. Met de trap daal je af richting de waterval. We volgen de stroming van het kleine beetje water dat we zien. Van bovenaf zagen we de waterval eigenlijk al, alleen het is maar een klein beekje. Maar dat is het echt. Het is leuk om te zien, maar haalt het niet bij de watervallen van Sekumpul. Op de terugweg rijden we langs de rijstvelden van Tegalalang om wat te eten en daarna rijden we richting de waterval van Leke Leke. Om er te komen moeten we door Ubud heen. Een plek die heel populair is bij toeristen. Bij de rijstvelden zien we al veel meer toeristen dan in Lovina. In Ubud is het enorm druk en we staan gewoon in de file. Niet alle toeristen huren een motor. We zien ook veel mensen die met een bestuurder overal heen rijden of met de taxi gaan. Wat bijzonder traag kan zijn. De wegen zijn op veel plekken zo smal dat auto’s elkaar bijna niet kunnen passeren. Gelukkig kunnen we er voorzichtig langs de file rijden en onze weg vervolgen.

We dalen in Leke Leke weer een stukje af. Onderweg zijn punten gemaakt waar je foto’s kan maken. Speciaal voor social media. De wandeling naar de waterval is zeker leuk om te doen, je hebt een mooi uitzicht vanaf het restaurant dat bovenaan staat. Je kijkt over het hele gebied heen. Tijdens de wandeling steken we een twijfelachtig bruggetje over om er te komen. Bij deze waterval kun je wel zwemmen, ik neem ook een duik in het water dat redelijk koud is. Leuk om te zien, net zoals de vorige waterval, maar het is niet zo dat je er uren door gaat brengen. We lopen weer omhoog en rijden het laatste uur richting Lovina. Vermoeid en ongeveer 200km later komen we weer bij ons ‘’thuis’’ aan.

Volg:
Delen:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Sluit mij
Zoek je iets?
Zoek:
Berichtcategorieën: